rook en vuur

Liever tien vogels in de lucht, dan één in de hand.

Categorie: Uncategorized

Gent (1990)

Gent, dat is Rome: heuvels en poorten,
brood en spelen, roof en moord.
Grijze wolf bakken lekkere brood,
witte schaap blaten hogere noot.
Gent, mijn diepste dal. Gent, gij niemendal.

Lichtgevende telefoontjes.

Het is vandaag precies vijfentwintig jaar geleden dat mij in Antwerpen op een donderdag in de late namiddag een strooien hoed van bij H & M werd geoffreerd, maat 58, in mijn vroegere schrijverijen heb ik er meermaals melding van gemaakt, nooit echter heb ik hem gedragen, ik doe niet aan hoeden, zonnebrillen of driekwartbroeken. Evenzo, maar in mindere mate en een kleine decade eerder is mij hetzelfde overkomen met een blauwgroen geruite zwembroek, eveneens in Oostende, maar na jaren van zwerven en zweven ben ik het exacte tijdstip en de juiste omstandigheden der overhandiging kwijt, de broek ook.

∗ ∗ ∗

En toch, op vakantie in de ongerepte nabijheid lopen ze hier dan ‘s avonds na tienen blablabla eergisteren de hele familie halfnaakt 31° Celsius zuiderwind op plastic sandalen en Alex de Rotweiler niet eens aan de band zeven lichtgevende telefoontjes in de lucht, wijzelf verscholen achter een eeuwenoud muurtje om niet gezien te worden, niet gebeten te worden, niet verweten te worden, niet bescheten te worden.

* * *

Een korte wijle geleden bekende een vooraanstaande autografenjager mij dat Horion en Dutroux helaas in zijn collectie ontbraken, maar Leopold II had hij wel.

Oproer kraait!

Goeie genade!

Wat zijn wij toch onbenullen, die zich gedurende ruim een halve eeuw hebben uitgesloofd en uitgesloofd en uitgesloofd, terecht en tevergeefs. Voor honderd dichters zeven anjers en zeven rozen, voor tachtig beeldjeshouwsters en annex soixante-neuf theaterhengsten, voor Eric Rosseel en Joke Kaviaar, maar evenzeer en nog veel meer voor Alexandre Karvovski en Rosemarie Koczy (beiden overleden, wat van veel anderen niet kan worden gezegd): edities & exposities. In Vlaanderen en in Wallonië, in Holland en in Frankrijk, in New York en in Tel Aviv, in de vooravond en op het platteland, in de bergen en in de handel niet verkrijgbaar, steeds en nu nog alles en iedereen gegarandeerd subsidievrij, want weg met alle geld, weg met elk outer en steeg iedere heerd. Opnieuw en opnieuw en opnieuw, maar van ons geen sprake, nergens, nooit. Maar weet dit, al te gortige klootluizen, gij leugenachtige logeloeders en alle andere onthaarde of ontaarde privilegiehoeders: niets hoeft, oproer kraait!

Oproer kraait!